Economie en geldzaken

De economie van Suriname liet 2012 een gezonde groei zien. In 2013 begon het begrotingstekort steeds meer op te lopen en bovendien werd daarmee de staatsschuld verhoogd. Suriname heeft veel last van de dalende prijzen op de wereldmarkt.

Surinaamse dollar

De nationale munteenheid van Suriname is de Surinaamse dollar, met als code SRD. Hiervoor hanteerde men de Surinaamse gulden, maar die is per 1 januari 2004 dus vervangen. In eerste instantie ging de Surinaamse dollar constant met de Amerikaanse dollar mee. Begin 2016 kwam daar verandering in. Vanaf maart 2016 wordt de koers zelfs via een wekelijkse valutaveiling vastgesteld.

Pinnen

Het is niet altijd even gemakkelijk om te pinnen met je Nederlandse pas. Mocht je dan wel kunnen pinnen, zijn de kosten vaak wel hoog. Houd rekening met ongeveer € 7,50 aan pintransactiekosten. Je kunt daarom beter veel geld in één keer pinnen, zodat je niet telkens deze kosten moet betalen. Je kunt er ook voor kiezen om je geld in te wisselen bij één van de wisselkantoren in Paramaribo.

Armoede in Suriname

Suriname is absoluut geen rijk land. Ongeveer 70 procent van de bevolking leeft zelfs onder de armoedegrens. Dat werd in 2002 al eens vastgesteld, maar een recent onderzoek uit 2015 laat zien dat de situatie zich niet heeft verbeterd. Vanuit Nederland zijn er verschillende pogingen geweest om de economie op gang te helpen.

Nederlandse steun

Sinds de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 tot en met 2011 is er ruim 35 jaar ontwikkelingshulp gestuurd naar het de oude kolonie van Nederland. In 1975 kreeg Suriname 3,5 miljoen gulden van de Nederlandse overheid. Het Meerjaren Ontwikkelingsplan (MOP) moest ervoor zorgen dat landbouwprojecten op gang werden gezet en bovendien moest de opzet van een oliepalmindustrie gerealiseerd worden.

Eind 1982 kwam het militaire regime van Bouterse aan de macht. De ontwikkelingshulp werd tijdelijk stilgelegd. In 1987 kwam er opnieuw hulp vanuit Nederland. In 1999 kwamen er opnieuw problemen. Er was een inflatie van bijna 100 procent, waardoor er weer een nieuw plan werd gemaakt.

Ondanks alle plannen vanuit Nederland werd de economie niet stabieler en bovendien nam de werkloosheid ook niet af. Nederland mistte de Surinaamse inzet en heeft daarmee de hulp stopgezet. Sinds 2011 ontvangt men daarom geen hulp meer.